zaterdag 1 februari 2014

Alstublieft

Warm had ik het, van het proberen-bijhouden-van-het-tempo van de kassierster. Plots stopte de stroom aan artikelen die in de boodschappentas moesten verdwijnen, het geruststellende bieptoontje van de scanner maakte plaats voor menselijk stemgeluid. Ik voelde nattigheid.

"Zou u deze voor mij willen wegen, ..." 

Er viel een korte stilte van een seconde, een eeuwigheid om te interpreteren hoe deze vraag bedoeld was. Terechtwijzend, geïrriteerd, verveeld, geringschattend...? Ik durfde niet opkijken, als een klein kind dat een standje kreeg. Er kwamen sorry's en tja's en maars in me op, maar voor ik de kans kreeg mijn mond nog maar te openen, volgde er...

"... alstublieft?"

Eén moedige blik op de kassierster en ik wist het: ze meende het, ze was gewoon vriendelijk, ze begreep het, dat er in de plaatselijke winkel van dezelfde keten niet gewogen moest worden, en dat ik dat dus niet gewoon was, en dat ik dat dus vergat in hun winkel, en dat ik dat vervelend vond, ook dat de man achter mij, die het net zo lekker vooruit vond gaan, nu moest wachten, omdat die courgette dus gewogen moest worden.

Ik draafde door de winkel, richting weegschaal, toen ze me terugriep: "De paprika ook!" Terugriep? Nee hoor: ze kwam me tegemoet, wees een weegschaal die dichterbij stond (kennelijk was ik niet de enige die vergat te wegen) en deed het werkje voor mij. 

We liepen samen, al keuvelend, terug naar de kassa. De man was verdwenen.