
Ik weet niet meer wat de vraag was, maar het antwoord luidde beslist en duidelijk "veel mystieke ervaringen beleven". De stilte in de abdij werd prompt nog dwingender. De kille prille herfstavond die zachtjes door de schuchter verkleurende bladeren blies was tot binnen te voelen. 16 paar 17-jarige ogen wisten even niet waar kijken, terwijl de vragensteller glunderde en de antwoorder vastberaden rechtop klaar zat om te pleiten waarom hij precies dat wou.
Ik weet niet meer wat zijn motivatie was, maar vier weken later stonden we op een heuvel en maakten we foto's van zonnestralen die in afgetekende bundels neerdaalden op het mistige Assisi. Uitgerekend daar, en niet ergens anders. Alsof de bekendste inwoner van dit stadje in de spots werd gezet. Daar, op dat moment, gaven we onze klasgenoot gelijk.
Ik weet niet meer hoe het kwam, maar bijna 28 jaar later, tijdens een autorit, zag ik vanuit mijn ooghoek hoe een haast zwarte lucht de brug wit oplichtte. De moderne architectuur leek helemaal los te komen en te zweven in de lucht. "Een mystieke ervaring", flitste door mijn hoofd.
En meteen kwam een keten van dergelijke momenten in mijn herinnering op gang: de lage mist aan de Bromovulkaan op Java, de oneindige witheid op een besneeuwd meer in Lapland, de warme nevel boven een bron op IJsland, de felrode ochtend- of avondslierten op een vochtige dag, of net de zichtbare regenboogkleurgradatie in een strakke winterlucht, maar even goed de bezwerende intro van "Sweet Child in Time", het begin van Schuberts laatste en ook die fractie van een seconde waarin je voelt dat je met een zielsverwant aan het praten bent, ...
Ik vraag me af of ik deze momenten op dezelfde manier beleefd had, mocht mijn klasgenoot van weleer het etiket "mystieke ervaring" niet bedacht of publiek uitgesproken hebben.
En net zomin als ik mij het antwoord herinner op de vraag wat een "mystieke ervaring" precies was, zou ik nu precies kunnen zeggen wat het is.
Maar als het er is, weet ik het. Dan weten mijn vijf zintuigen, en mijn intuïtie erbovenop, dat het zo ver is. En dan ben ik K., mijn klasgenoot van weleer, dankbaar.