dinsdag 30 juli 2013

Fietssonnet

Op de steile weg naar Linden
staan de bomen in 't gelid
koele wachters in de lommer
voor wie vast in 't zadel zit.

Langs de curve van de helling
neemt het zand het water mee
't tastbaar heden van de fietser
stroomt zo vluchtig naar benee.

Daar beneden
ligt 't verleden
waar de heimwee moedig glimt.

Nooit vergeten
als verbeten
zij weer naar de toekomst klimt.

Sint-Annastraat, Leuven

woensdag 17 juli 2013

Dansant

De armen gestrekt, de schouders licht voorbij het stuur, de billen van het zadel, smalle jongensheupen die in een vast en stevig ritme heen en weer wiegen, voeten die de pedalen moeiteloos hun kringloop laten draaien - zo fietst hij naar boven.

tik-tak - tik-tak - tik-tak - tik-tak

Hij bedwingt de helling met flair maar zonder allures - bezig met de klim zelf, natuurlijk, als vanzelf. Met elke meter wordt de blik ruimer, een groter deel van het landschap rondom hem zichtbaar. Zonder erin te verdrinken maakt hij zich het beeld trap per trap eigen.

tik-tak - tik-tak - tik-tak - tik-tak

Eens boven wacht hij op de achtervolger - schalks telt hij zijn voorsprong. Dan draait hij zich om en zwiert zijn been weer over het zadel om in vrije val naar beneden te zoeven, uitkijkend naar de volgende klim.

vrijdag 12 juli 2013

Bellenblazen

Hij blaast zijn adem
in een straal van licht;
de indringer verschalkt
althans voor even.
Af en toe lacht hij
ik lees zijn mond.

Hij tovert uit zijn hand
een fabel van een vrouw;
heel even zie ik haar
dan sluit hij zijn ziel.
Af en toe zingt hij
ik drink zijn klank.

Hij peilt met zijn blik
de diepte van het beeld;
een idee in de lucht, vaag
teken van zijn wenkbrauw.
Af en toe ziet hij
het antwoord

dat reeds lang,
als een luchtbel,

zijn hand verlaten heeft.

(december 1991)