Hij blaast zijn adem
in een straal van licht;
de indringer verschalkt
althans voor even.
Af en toe lacht hij
ik lees zijn mond.
Hij tovert uit zijn hand
een fabel van een vrouw;
heel even zie ik haar
dan sluit hij zijn ziel.
Af en toe zingt hij
ik drink zijn klank.
Hij peilt met zijn blik
de diepte van het beeld;
een idee in de lucht, vaag
teken van zijn wenkbrauw.
Af en toe ziet hij
het antwoord
dat reeds lang,
als een luchtbel,
zijn hand verlaten heeft.
(december 1991)
Welkom in blogland! x
BeantwoordenVerwijderen