vrijdag 12 juli 2013

Bellenblazen

Hij blaast zijn adem
in een straal van licht;
de indringer verschalkt
althans voor even.
Af en toe lacht hij
ik lees zijn mond.

Hij tovert uit zijn hand
een fabel van een vrouw;
heel even zie ik haar
dan sluit hij zijn ziel.
Af en toe zingt hij
ik drink zijn klank.

Hij peilt met zijn blik
de diepte van het beeld;
een idee in de lucht, vaag
teken van zijn wenkbrauw.
Af en toe ziet hij
het antwoord

dat reeds lang,
als een luchtbel,

zijn hand verlaten heeft.

(december 1991)

1 opmerking: