Het duurde maar een uurtje. De leerkracht had ervoor gekozen geen uitgeholde PowerPointpresentatie te gebruiken, en vertelde gewoon en gezapig over het wel en wee van onze kinderen. Wat ze van de klas dachten, en van hun eigen studiehouding, en welke vakken ze moeilijk vonden, en wat het grote verschil was met vorig schooljaar. Uit de toon van de verteller bleek sympathie - ze had het beste met onze kinderen voor - en ervaring - droge opmerkingen deden ons inzien dat onze zoon/dochter dit jaar nog meer zijn/haar eigen zin zou doen, en dat het maar te hopen was dat ze daarbij de juiste keuzes zouden maken.
Een gezellig uurtje, dus, in een democratisch opgestelde klasformatie: de banken stonden in een U, zodat er in het midden een grote leegte gaapte. Een leegte voor vragen en opmerkingen van ons, die opvallend rustig bleven, teruggeslingerd als we werden naar onze eigen tijd in een klas.
Gaandeweg probeerde ik mijn benen te kruisen, zoals elke vrouw dat telkens weer voor elkaar probeert te krijgen. Daarbij stootte ik tegen het ijzeren rekje dat onder de bank zat. De stoel dan maar wat achteruit (dat mocht, want er werd niets van gezegd). De houding werd langzamerhand wat meer wat je "schrijlings" zou kunnen noemen, om toch maar geen bank of buur te raken, gesteld als we zijn op onze vrijheid, maar ook op onze privacy.
Er bekroop me een akelig gevoel: mocht ik geprobeerd hebben mijn armen gekruist op de bank voor me te leggen, dan had ik ook daar een grens overschreden. Ik stelde me voor hoe de scholieren notities, pennenzak, handboek en misschien ook nog werkboek en woordenboek, op het blad stouwen en had maar één conclusie: onmogelijk.
Reikt de wereld van een middelbare scholier niet verder dan die 1 op 1? Of mag het niet?
Ik maalde de vraag in mijn hoofd om, terwijl ik opgelucht recht stond toen we het teken kregen om te gaan, en bevrijd de deur uitwandelde.