Zomers zien er niet zo heel anders uit dan vroeger. Regendagen lijken eindeloos, net zoals de hete dagen, behalve als die abrupt beëindigd worden door een knallend onweer.
En daar zit misschien wel een eerste verschil: als kind keek je uit naar dat onweer, dat de hitte zou wegspoelen, en waarbij je op straat ging staan dansen (soms al in de eerste en ook nog in de laatste bescheiden druppels), de geur van vochtige grond koesterend alsof het de bevrijding was van alles waar je je hele leven al last van had gehad. Nu zorg je ervoor dat je veilig thuis bent tegen het moment dat het beloofde gedonder je huis bereikt, beducht voor de kracht van hagelbollen en verwoestende wind. (En je dan bijna bedrogen voelen als het onweer dan toch gewoon alleen maar zachtjes overtrok zonder veel erg...)
Deze week ontdekte ik nog een verschil met vroeger. Volgens de wetten van de vakantie was ik rustig opgestaan, had ik mijn koffie leeggedronken met mijn boek erbij, wachtte ik met aankleden tot ik er echt klaar voor was. En durfde ik het dus aan om in kamerjas in de zomerhitte naar de brievenbus aan de straat te lopen, zonder sleuteltje, want dat had ik bij aankoop van de brievenbus eigenlijk al op een plek gelegd waar ik het nooit zou terugvinden, in de overtuiging dat ik met mijn slanke hand de post wel kon buitmaken doorheen de gleuf vooraan. Het deurtje is nooit open geweest.
Een gelaten gevoel maakte zich meester van mij: nog voor ik bij de brievenbus aankwam (toch even kijken of een verdwaalde buur, of nog erger, de postbode, mij niet zou betrappen in mijn ochtendlijke plunje) wist ik al dat hij leeg zou zijn. Of, als er al iets buit te maken viel, dat het weer een onpersoonlijke enveloppe zou zijn, zonder manueel geplakte postzegel, zonder poststempel, nergens vandaan, nietsbeduidend. Om over de inhoud van zo'n enveloppe nog maar te zwijgen.
En even hoopte ik een eigenhandig geschreven enveloppe te vinden, gericht aan "Juffrouw ...", of "Mlle ..." - zoals ik er dertig jaar geleden wél in de brievenbus terugvond.
Enveloppes versierd met zelf getekende bloemetjes, of met een citaat achterop, op de plek waar de afzender thuis hoort. Of omslagen met een rood-wit-blauwe rand, het soort dat met luchtpost vervoerd werd. Het vinden van zo'n enveloppe in je bus maakte meteen je dag goed: je had wat te lezen, je had ook wat te doen, want je zou een antwoord moeten schrijven. En dat duurde met de hand nog net iets langer dan met een typemachine, laat staan met een computer.
Zo'n enveloppe was al een plezier op zich: om te kijken wanneer de brief verstuurd was, en waarvandaan (en je rekende uit hoe lang die op weg was geweest), en je probeerde te raden wie de afzender was nog voor je de enveloppe had omgedraaid. Tegelijkertijd voelde je hoe dik de enveloppe was en gokte je hoeveel velletjes erin zaten en je hoopte dat ze aan beide kanten beschreven waren.
Je wachtte met openen totdat je weer binnen was, waar je onduidelijk mompelde "Ja, er was post", maar niet vertelde van wie, en je maakte dat je uit het zicht was voor ze konden vragen van wie dan wel.
En dan sloot je jezelf op in je kamer, om de bladzijden rustig te lezen, de verhalen van je vriendinnen, zorgvuldig verwoord: hun twijfels, hun anekdotes, hun veroveringen, hun verliezen, wat ze lazen, waar ze naar luisterden, met wie ze gebeld hadden, waar ze met vakantie waren geweest en wie ze toevallig tegen waren gekomen en van wie je de groetjes had.
Of, als het een enveloppe voor "Mlle" betrof, de verhalen uit een land waar je nooit was geweest en nooit zou komen, dat trouwens ook nog van naam zou veranderen een paar jaar later, in prachtig Frans: zijn hobby's, de muziek waar hij naar luisterde, de meisjes die hij mooi vond, de dingen die hij deed met zijn vrienden - en later het advies dat hij je vroeg maar ook gaf, de mening die hij had over het zwarte continent en zijn dictators, de levensfilosofie die je aan twee kanten van de evenaar ontwikkelde, de gedachten en gedichten die je uitwisselde.
Brieven waren een afleiding, een opluchting, een troost - om naar uit te kijken en na het lezen te koesteren in een map. Je kon wel wat zomerdagen overbruggen terend op de brief die je net had gehad en die op een antwoord wachtte.
En als het antwoord eenmaal verstuurd was, begon het wachten weer. En na drie dagen was jij het weer die naar de brievenbus liep elke dag...
Nu was de brievenbus leegmaken een dagelijkse klus geworden, maar voor één keer ging al die hoop en nerveuze verwachting nog eens door mij heen terwijl ik vaststelde dat de brievenbus akelig zwart was door de klep en ik, met mijn hand door de gleuf, weer maar eens bot ving.