woensdag 15 oktober 2014

Eng wereldje

Het was ouderavond, gisteren. Dat zijn van die avonden dat je op de stoel van je kind wordt gezet en naar de leerkracht mag kijken en luisteren, net zoals je kind verondersteld wordt dat te doen, een hele dag aan een stuk, zeven of acht lesuren lang.

Het duurde maar een uurtje. De leerkracht had ervoor gekozen geen uitgeholde PowerPointpresentatie te gebruiken, en vertelde gewoon en gezapig over het wel en wee van onze kinderen. Wat ze van de klas dachten, en van hun eigen studiehouding, en welke vakken ze moeilijk vonden, en wat het grote verschil was met vorig schooljaar. Uit de toon van de verteller bleek sympathie - ze had het beste met onze kinderen voor - en ervaring - droge opmerkingen deden ons inzien dat onze zoon/dochter dit jaar nog meer zijn/haar eigen zin zou doen, en dat het maar te hopen was dat ze daarbij de juiste keuzes zouden maken.


Een gezellig uurtje, dus, in een democratisch opgestelde klasformatie: de banken stonden in een U, zodat er in het midden een grote leegte gaapte. Een leegte voor vragen en opmerkingen van ons, die opvallend rustig bleven, teruggeslingerd als we werden naar onze eigen tijd in een klas.

Gaandeweg probeerde ik mijn benen te kruisen, zoals elke vrouw dat telkens weer voor elkaar probeert te krijgen. Daarbij stootte ik tegen het ijzeren rekje dat onder de bank zat. De stoel dan maar wat achteruit (dat mocht, want er werd niets van gezegd). De houding werd langzamerhand wat meer wat je "schrijlings" zou kunnen noemen, om toch maar geen bank of buur te raken, gesteld als we zijn op onze vrijheid, maar ook op onze privacy.

Er bekroop me een akelig gevoel: mocht ik geprobeerd hebben mijn armen gekruist op de bank voor me te leggen, dan had ik ook daar een grens overschreden. Ik stelde me voor hoe de scholieren notities, pennenzak, handboek en misschien ook nog werkboek en woordenboek, op het blad stouwen en had maar één conclusie: onmogelijk.

Reikt de wereld van een middelbare scholier niet verder dan die 1 op 1? Of mag het niet?

Ik maalde de vraag in mijn hoofd om, terwijl ik opgelucht recht stond toen we het teken kregen om te gaan, en bevrijd de deur uitwandelde.

maandag 21 juli 2014

Zomerpost

Zomers zien er niet zo heel anders uit dan vroeger. Regendagen lijken eindeloos, net zoals de hete dagen, behalve als die abrupt beëindigd worden door een knallend onweer.

En daar zit misschien wel een eerste verschil: als kind keek je uit naar dat onweer, dat de hitte zou wegspoelen, en waarbij je op straat ging staan dansen (soms al in de eerste en ook nog in de laatste bescheiden druppels), de geur van vochtige grond koesterend alsof het de bevrijding was van alles waar je je hele leven al last van had gehad. Nu zorg je ervoor dat je veilig thuis bent tegen het moment dat het beloofde gedonder je huis bereikt, beducht voor de kracht van hagelbollen en verwoestende wind. (En je dan bijna bedrogen voelen als het onweer dan toch gewoon alleen maar zachtjes overtrok zonder veel erg...)

Deze week ontdekte ik nog een verschil met vroeger. Volgens de wetten van de vakantie was ik rustig opgestaan, had ik mijn koffie leeggedronken met mijn boek erbij, wachtte ik met aankleden tot ik er echt klaar voor was. En durfde ik het dus aan om in kamerjas in de zomerhitte naar de brievenbus aan de straat te lopen, zonder sleuteltje, want dat had ik bij aankoop van de brievenbus eigenlijk al op een plek gelegd waar ik het nooit zou terugvinden, in de overtuiging dat ik met mijn slanke hand de post wel kon buitmaken doorheen de gleuf vooraan. Het deurtje is nooit open geweest.

Een gelaten gevoel maakte zich meester van mij: nog voor ik bij de brievenbus aankwam (toch even kijken of een verdwaalde buur, of nog erger, de postbode, mij niet zou betrappen in mijn ochtendlijke plunje) wist ik al dat hij leeg zou zijn. Of, als er al iets buit te maken viel, dat het weer een onpersoonlijke enveloppe zou zijn, zonder manueel geplakte postzegel, zonder poststempel, nergens vandaan, nietsbeduidend. Om over de inhoud van zo'n enveloppe nog maar te zwijgen.

En even hoopte ik een eigenhandig geschreven enveloppe te vinden, gericht aan "Juffrouw ...", of "Mlle ..." - zoals ik er dertig jaar geleden wél in de brievenbus terugvond.

Enveloppes versierd met zelf getekende bloemetjes, of met een citaat achterop, op de plek waar de afzender thuis hoort. Of omslagen met een rood-wit-blauwe rand, het soort dat met luchtpost vervoerd werd. Het vinden van zo'n enveloppe in je bus maakte meteen je dag goed: je had wat te lezen, je had ook wat te doen, want je zou een antwoord moeten schrijven. En dat duurde met de hand nog net iets langer dan met een typemachine, laat staan met een computer.

Zo'n enveloppe was al een plezier op zich: om te kijken wanneer de brief verstuurd was, en waarvandaan (en je rekende uit hoe lang die op weg was geweest), en je probeerde te raden wie de afzender was nog voor je de enveloppe had omgedraaid. Tegelijkertijd voelde je hoe dik de enveloppe was en gokte je hoeveel velletjes erin zaten en je hoopte dat ze aan beide kanten beschreven waren.

Je wachtte met openen totdat je weer binnen was, waar je onduidelijk mompelde "Ja, er was post", maar niet vertelde van wie, en je maakte dat je uit het zicht was voor ze konden vragen van wie dan wel.

En dan sloot je jezelf op in je kamer, om de bladzijden rustig te lezen, de verhalen van je vriendinnen, zorgvuldig verwoord: hun twijfels, hun anekdotes, hun veroveringen, hun verliezen, wat ze lazen, waar ze naar luisterden, met wie ze gebeld hadden, waar ze met vakantie waren geweest en wie ze toevallig tegen waren gekomen en van wie je de groetjes had.

Of, als het een enveloppe voor "Mlle" betrof, de verhalen uit een land waar je nooit was geweest en nooit zou komen, dat trouwens ook nog van naam zou veranderen een paar jaar later, in prachtig Frans: zijn hobby's, de muziek waar hij naar luisterde, de meisjes die hij mooi vond, de dingen die hij deed met zijn vrienden - en later het advies dat hij je vroeg maar ook gaf, de mening die hij had over het zwarte continent en zijn dictators, de levensfilosofie die je aan twee kanten van de evenaar ontwikkelde, de gedachten en gedichten die je uitwisselde.

Brieven waren een afleiding, een opluchting, een troost - om naar uit te kijken en na het lezen te koesteren in een map. Je kon wel wat zomerdagen overbruggen terend op de brief die je net had gehad en die op een antwoord wachtte.

En als het antwoord eenmaal verstuurd was, begon het wachten weer. En na drie dagen was jij het weer die naar de brievenbus liep elke dag...

Nu was de brievenbus leegmaken een dagelijkse klus geworden, maar voor één keer ging al die hoop en nerveuze verwachting nog eens door mij heen terwijl ik vaststelde dat de brievenbus akelig zwart was door de klep en ik, met mijn hand door de gleuf, weer maar eens bot ving.






zondag 6 juli 2014

Dubbel leven

Op een loodzware vrijdagochtend, zwoel geladen met verborgen zonneschijn, staat Prins William voor onze neus. De karakteristieke kalende kop met hier en daar nog een glimp van een blonde haar, de zwarte wenkbrauwen, het open gezicht. Gewoon, in het bloemenperkje bij het woonzorgcentrum, niet om lintjes door te knippen of te klinken met een troep hoogwaardigheidsbekleders, maar met een bladblazer in zijn hand.

Hij heeft er duidelijk veel plezier in, schuimt het perkje af van links naar rechts en weer terug, fier gewapend met het volautomatische apparaat. Blij dat hij eens een keertje niet in dat eeuwige blauwe pak moet rondparaderen, obligaat lachend naar alle kanten (al glimlachte hij wel spontaan), met de ene arm om zijn vrouw, de andere enthousiast wuivend. 

En nog eens heen en weer. Niet hoeven dollen met de kleine om de camera's tevreden te stellen, niet hoeven praten met versteende in het grijs, beige, wit en blauw gepakte heren en dames. 

Straks gewoon voor zijn pintje moeten betalen, en over het weer praten met de ouderlingen, en dat het wel weer hard zou gaan onweren, na dit hete weer en met deze loden lucht. En niet eens de opmerking krijgen dat hij wel erg hard lijkt op die knappe prins uit Engeland, allez, hoe hij heet hij ook alweer?

Wat een geluk moet dat zijn... voor de prins een droom, voor de bladblazende man een werkelijkheid.


maandag 12 mei 2014

Fier

Dagenlang was hij nerveus geweest. Eindelijk zou hij ook "groot" zijn, en dat wel dankzij de gsm die hij cadeau zou  krijgen.

Dat hij daarvoor ook nog een religieus getint ritueel moest doorstaan zorgde ervoor dat hij ook enigszins sceptisch de dag begon. Gelukkig waren daar de voorbereidingen voor het feest om hem af te leiden: schotels schikken, tafel dekken, kleren aandoen. Fier zijn. Want "trots" betekent wat anders.

Toen het ritueel begon, had hij zelf vast niet verwacht er toch nog door betoverd te worden. Zelfzeker schreed hij de kerk binnen, rustig en nog een beetje gelaten. Het liedje werd bescheiden meegeneuzeld.

En de betovering ging door. Zijn stem schalde luid en duidelijk over de mensen toen hij het verhaal vertelde, overtuigd van de inhoud ervan. Zijn oren waren gespitst toen "de preek" een aangenaam gesprek bleek te zijn waarmee hij zich echt wel kon identificeren.

Wachtend in de rij om het echte ritueel te ondergaan, kneep hij in de hand van zijn ouders en knipoogde hij. Hij was klaar voor de klus.

De handen op zijn schouders hadden hem een opdracht gegeven, en toch leek er iets van hem af te zijn gevallen. Hij keek zijn moeder stralend aan en zei: "Ik vind het echt leuk, dit." En om zijn woorden kracht bij te zetten, swingde hij op het slotlied, vrolijk en opgelucht.

En later toonde hij fier zijn gsm, maar vertelde hij trots over het ritueel.

Want "trots" betekent wat anders...

zaterdag 1 februari 2014

Alstublieft

Warm had ik het, van het proberen-bijhouden-van-het-tempo van de kassierster. Plots stopte de stroom aan artikelen die in de boodschappentas moesten verdwijnen, het geruststellende bieptoontje van de scanner maakte plaats voor menselijk stemgeluid. Ik voelde nattigheid.

"Zou u deze voor mij willen wegen, ..." 

Er viel een korte stilte van een seconde, een eeuwigheid om te interpreteren hoe deze vraag bedoeld was. Terechtwijzend, geïrriteerd, verveeld, geringschattend...? Ik durfde niet opkijken, als een klein kind dat een standje kreeg. Er kwamen sorry's en tja's en maars in me op, maar voor ik de kans kreeg mijn mond nog maar te openen, volgde er...

"... alstublieft?"

Eén moedige blik op de kassierster en ik wist het: ze meende het, ze was gewoon vriendelijk, ze begreep het, dat er in de plaatselijke winkel van dezelfde keten niet gewogen moest worden, en dat ik dat dus niet gewoon was, en dat ik dat dus vergat in hun winkel, en dat ik dat vervelend vond, ook dat de man achter mij, die het net zo lekker vooruit vond gaan, nu moest wachten, omdat die courgette dus gewogen moest worden.

Ik draafde door de winkel, richting weegschaal, toen ze me terugriep: "De paprika ook!" Terugriep? Nee hoor: ze kwam me tegemoet, wees een weegschaal die dichterbij stond (kennelijk was ik niet de enige die vergat te wegen) en deed het werkje voor mij. 

We liepen samen, al keuvelend, terug naar de kassa. De man was verdwenen.




woensdag 22 januari 2014

Perfect aan de piano

Hij was perfect, de man aan de piano.

Net voor hij de eerste noot beheerst aansloeg, was hij het podium op gestapt - eigenlijk niet elegant, zelfs een beetje onbehouwen, wel sportief. Ook niet in pak, zoals dat meestal gaat met een recital als dit. In plaats daarvan een gemakkelijke broek en een los hemd, passend bij de ongetemde krullen op zijn grijzende hoofd. De combinatie van het opgerichte hoofd en de rechte rug met de jongensachtige tred gaven hem iets vastberadens, maar ook onaantastbaars. Een beetje introvert, misschien.

Na de korte buiging-volgens-de-regels was hij aangeschoven aan zijn instrument. De stilte die voorafging aan de eerste noot, als een verrassing uit het niets opwellend, zorgde ervoor dat de klank onvatbaar was, als een luchtbel, plots daar, en dan weer weg, als bescheiden bode voor de stroom die volgde.

Ze huppelden, ze renden, ze kuierden, ze stapten, ze sleepten, ze sprongen, ze stampten, ze schreden, ze schuifelden, ze beklommen ladders en belandden soms met een klap weer waar ze vertrokken waren. Soms hunkerden de noten ernaar om aan hun vertrekpunt te ontglippen, soms keerden ze er weemoedig naar terug.

Uit de vleugel scheen maanlicht,  rees een reusachtige toren op, vloog een heks op haar bezem rond, maakte een trol capriolen.  Er ruzieden kinderen op een pleintje, een troubadour hield zich krampachtig vast aan het verleden, marktvrouwen schelden hun waar te koop.

Geen enkele illusie kan ooit nog zo sterk zijn als de illusie die die avond uit de piano kwam. Beeldender dan foto's, betekenisvoller dan woorden.

Dat had hij begrepen, de man aan de piano.

Aan het eind van zijn recital keerde hij slechts schoorvoetend terug om een staande ovatie in ontvangst te nemen. Omdat het echt niet anders kon onder het smekende geklap, schoof hij even terug aan, zo kort als een zucht, bezorgd om de illusie, de luchtbel die bij de eerste noot ontstaan was, niet kapot te maken.

De zucht verdween in steeds ijler wordende boventonen om ten slotte helemaal te verdwijnen... of toch niet?

Nog lang zinderde hij na, zoals alleen noten dat kunnen. Tot in de eeuwigheid, misschien...


dinsdag 31 december 2013

Het meisje op de boomstronk

Daar zit ze: het meisje met de geïmproviseerde knapzak. Vastberaden om "op avontuur" te gaan. Of toch ten minste de wijde wereld in. De wijde wereld die begint bij het rustig overschouwen van het bos, waar de zon door de eikentakken heen voor licht zorgt. Er is geen pad, alles ligt nog open. Er werd in dit bos nog niet zo rondgestapt, zelfs vanuit haar raam kon ze het niet zo goed zien. Iets uitstippelen kon ze dus niet. Gelukkig maar.

In haar knapzak zit niks, en tegelijk alles. Wat ze nodig heeft, haalt ze er toch wel uit. En met het verlopen van de tijd zal de knapzak zich telkens weer vullen.


In zichzelf zingt ze een liedje. Ze denkt aan Dunderklumpen, en Pippi Langkous, en de vrijgevochten zusjes Ingalls. Allemaal helden in een vriendelijke natuur, vrolijk rondhuppelend door veld, bos en langs rivieren.

Ze blijft nog even zitten, kijkt naar het raampje van de kamer waar dat andere meisje zit: het meisje dat haar verhalen opschrijft in een klein, geheim schriftje.

Dan staat ze op, legt de knapzak vastberaden over haar schouder, en vertrekt.