zaterdag 1 februari 2014

Alstublieft

Warm had ik het, van het proberen-bijhouden-van-het-tempo van de kassierster. Plots stopte de stroom aan artikelen die in de boodschappentas moesten verdwijnen, het geruststellende bieptoontje van de scanner maakte plaats voor menselijk stemgeluid. Ik voelde nattigheid.

"Zou u deze voor mij willen wegen, ..." 

Er viel een korte stilte van een seconde, een eeuwigheid om te interpreteren hoe deze vraag bedoeld was. Terechtwijzend, geïrriteerd, verveeld, geringschattend...? Ik durfde niet opkijken, als een klein kind dat een standje kreeg. Er kwamen sorry's en tja's en maars in me op, maar voor ik de kans kreeg mijn mond nog maar te openen, volgde er...

"... alstublieft?"

Eén moedige blik op de kassierster en ik wist het: ze meende het, ze was gewoon vriendelijk, ze begreep het, dat er in de plaatselijke winkel van dezelfde keten niet gewogen moest worden, en dat ik dat dus niet gewoon was, en dat ik dat dus vergat in hun winkel, en dat ik dat vervelend vond, ook dat de man achter mij, die het net zo lekker vooruit vond gaan, nu moest wachten, omdat die courgette dus gewogen moest worden.

Ik draafde door de winkel, richting weegschaal, toen ze me terugriep: "De paprika ook!" Terugriep? Nee hoor: ze kwam me tegemoet, wees een weegschaal die dichterbij stond (kennelijk was ik niet de enige die vergat te wegen) en deed het werkje voor mij. 

We liepen samen, al keuvelend, terug naar de kassa. De man was verdwenen.




woensdag 22 januari 2014

Perfect aan de piano

Hij was perfect, de man aan de piano.

Net voor hij de eerste noot beheerst aansloeg, was hij het podium op gestapt - eigenlijk niet elegant, zelfs een beetje onbehouwen, wel sportief. Ook niet in pak, zoals dat meestal gaat met een recital als dit. In plaats daarvan een gemakkelijke broek en een los hemd, passend bij de ongetemde krullen op zijn grijzende hoofd. De combinatie van het opgerichte hoofd en de rechte rug met de jongensachtige tred gaven hem iets vastberadens, maar ook onaantastbaars. Een beetje introvert, misschien.

Na de korte buiging-volgens-de-regels was hij aangeschoven aan zijn instrument. De stilte die voorafging aan de eerste noot, als een verrassing uit het niets opwellend, zorgde ervoor dat de klank onvatbaar was, als een luchtbel, plots daar, en dan weer weg, als bescheiden bode voor de stroom die volgde.

Ze huppelden, ze renden, ze kuierden, ze stapten, ze sleepten, ze sprongen, ze stampten, ze schreden, ze schuifelden, ze beklommen ladders en belandden soms met een klap weer waar ze vertrokken waren. Soms hunkerden de noten ernaar om aan hun vertrekpunt te ontglippen, soms keerden ze er weemoedig naar terug.

Uit de vleugel scheen maanlicht,  rees een reusachtige toren op, vloog een heks op haar bezem rond, maakte een trol capriolen.  Er ruzieden kinderen op een pleintje, een troubadour hield zich krampachtig vast aan het verleden, marktvrouwen schelden hun waar te koop.

Geen enkele illusie kan ooit nog zo sterk zijn als de illusie die die avond uit de piano kwam. Beeldender dan foto's, betekenisvoller dan woorden.

Dat had hij begrepen, de man aan de piano.

Aan het eind van zijn recital keerde hij slechts schoorvoetend terug om een staande ovatie in ontvangst te nemen. Omdat het echt niet anders kon onder het smekende geklap, schoof hij even terug aan, zo kort als een zucht, bezorgd om de illusie, de luchtbel die bij de eerste noot ontstaan was, niet kapot te maken.

De zucht verdween in steeds ijler wordende boventonen om ten slotte helemaal te verdwijnen... of toch niet?

Nog lang zinderde hij na, zoals alleen noten dat kunnen. Tot in de eeuwigheid, misschien...


dinsdag 31 december 2013

Het meisje op de boomstronk

Daar zit ze: het meisje met de geïmproviseerde knapzak. Vastberaden om "op avontuur" te gaan. Of toch ten minste de wijde wereld in. De wijde wereld die begint bij het rustig overschouwen van het bos, waar de zon door de eikentakken heen voor licht zorgt. Er is geen pad, alles ligt nog open. Er werd in dit bos nog niet zo rondgestapt, zelfs vanuit haar raam kon ze het niet zo goed zien. Iets uitstippelen kon ze dus niet. Gelukkig maar.

In haar knapzak zit niks, en tegelijk alles. Wat ze nodig heeft, haalt ze er toch wel uit. En met het verlopen van de tijd zal de knapzak zich telkens weer vullen.


In zichzelf zingt ze een liedje. Ze denkt aan Dunderklumpen, en Pippi Langkous, en de vrijgevochten zusjes Ingalls. Allemaal helden in een vriendelijke natuur, vrolijk rondhuppelend door veld, bos en langs rivieren.

Ze blijft nog even zitten, kijkt naar het raampje van de kamer waar dat andere meisje zit: het meisje dat haar verhalen opschrijft in een klein, geheim schriftje.

Dan staat ze op, legt de knapzak vastberaden over haar schouder, en vertrekt.

dinsdag 24 december 2013

Tersluiks

Tersluiks nemen auto's
een verboden weg

Tersluiks gluurt de leerling
opzij naar zijn buur

Tersluiks schuift een jongen
een briefje in een tas

Tersluiks pikken de vingers
een extra snoepje uit de doos

Tersluiks plaatst de componist
een korte rust na de hoge noot

Tersluiks knijpt de vader
net te hard in de wang van het kind

Tersluiks ...

Tersluiks trekt een stroom
aan beelden op gang
niet stiekem, niet geheimzinnig,
niet verborgen, niet mysterieus,
nu eens stout, dan weer ondeugend -
gewoon:
tersluiks.


woensdag 20 november 2013

woensdag 2 oktober 2013

Roaaarrrr!!!

We zingen in de auto luid mee met het liedje en verbeelden ons dat we de tijger en de leeuw worden. Op zijn shirt prijkt het woord "predator". Hij heeft er zin in.

De stralen van de zon zijn als de manen van de leeuw: ze waaieren uit en geven hem kracht. Rechtop loopt hij, zelfverzekerd, een duidelijk doel voor ogen.

Als de bal zijn hand verlaat, brult hij hem met een oerschreeuw verder. Hij rent zichzelf in derde positie. En als de weerbarstige discus twee keer in de netten belandt, blijft zijn hoofd fier rechtop - onbewogen: de kracht van de leeuw neemt niet af.

Extra trots is hij op zijn prestatie in de discipline waar hij geen zin in had. Het tekent zijn nieuwe identiteit: die van een volhouder en een bijter, die van een echte leeuw.

Op de terugweg klinkt hetzelfde liedje op de radio. Het is hem op het lijf geschreven. En in gedachten maakt hij het gebaar van zijn idool: dat van een brullende, klauwende leeuw, die recht op zijn doel afgaat.



maandag 9 september 2013

Scherpschieten

Een beeld
wordt wel duizend keer
vastgelegd

we schieten op herinneringen

die versnipperd
en virtueel
om ons heen zweven

ontastbaar 
ongeordend

tot we - straks,
als we eindelijk tijd hebben -

de mooiste indruk kiezen

de herinnering die -
in retrospect -

mag blijven

en die -
tot nader inzicht -

de beste lijkt